Opiniestuk in nrc.next: “We zitten op een goudmijn aan gegevens”
Dit is het stuk dat vanmorgen in nrc.next verscheen. Volledige tekst na de break.
In 1933 lag de Amerikaanse economie met bijna 6000 failliete banken en 25% werkloosheid totaal in puin. Bankiers en ondernemers hadden zich ongecontroleerd gevoeld, waardoor ze zich volslagen hadden misdragen. Roosevelt wilde hier een einde aan maken en raakte door het citaat “Sunlight is said to be the best of disinfectants. Electric lights the most efficient policeman” geïnspireerd om de beurswaakhond Securities and Exchange Commission op te richten. Banken en ondernemingen werden verplicht allerlei gegevens over hun handelen te publiceren, wat het vertrouwen herstelde. Data openbaar maken zorgde voor transparantie.
Barack Obama’s eerste speech als president ging ook over transparantie. Hij constateerde dat de SEC inmiddels elk jaar zo’n 15.000 jaarverslagen moet controleren, die gemiddeld 1000 pagina’s per stuk zijn. Veel meer dan de waakhond kon verwerken, vooral omdat in elk rapport andere meetmethoden gebruikt werden: net wat de accountant op dat moment het beste uitkwam. Obama verplichtte banken en bedrijven voortaan vaste ‘sleutels’ te hanteren bij het rapporteren, waardoor iedereen de informatie kan interpreteren en vergelijken. Data gestructureerd openbaar maken zorgde voor radicale transparantie.
Roosevelt zorgde dat de gegevens er kwamen, en Obama maakte ze vergelijkbaar en dus controleerbaar. Die combinatie maakt dat niet alleen de overheid, maar ook journalisten, bloggers, zelf-verklaarde waakhonden en andere burgers opeens kritische vragen kunnen stellen die anders onbeantwoord zouden blijven. Die combinatie geeft iedere burger een zaklamp.
Ook de Nederlandse overheid produceert jaarlijks duizelingwekkende hoeveelheden niet-persoonlijke gegevens. Gegevens over het openbaar vervoer (hoeveel procent van de trams rijdt op tijd?), gegevens over basisscholen (welke school presteert het beste?), gegevens over misdaad (welke buurt is het veiligst?); alles is kwantificeerbaar gemaakt om het resultaat van beleid te kunnen meten. Maar hoewel deze informatie betaald is met belastinggeld, wordt veel achtergehouden door de overheid. Ambtenaren laten websites maken, schrijven rapporten en publiceren wat tabellen, maar de ruwe gegevens die aan de oorsprong liggen blijven achter slot en grendel. De Nederlandse overheid wil zelf graag de zaklamp blijven vasthouden.
Actuele file-informatie van de KLPD, openbaar vervoerinformatie van 9292OV, weermetingen van het KNMI, kaartmateriaal, vliegbewegingen, pandregistraties van het kadaster, gezondheidsgegevens, gegevens over misdaad, kwaliteit van ziekenhuizen, Nederlandse postcodes: allemaal gegevens die iets zeggen over je directe leefomgeving. Toch is de ruwe data achter deze gegevens niet onbeperkt en vrij opvraagbaar, en in veel gevallen wordt zelfs grof geld gevraagd om de gegevens te mogen gebruiken.
Waar in Nederland gegevens achtergehouden worden, maken buitenlandse regeringen juist een speerpunt van wat zij noemen ‘Open Overheid’. Groot Brittannië, Australië, de VS en IJsland maken in hoog tempo hun databanken openbaar op internet. Zij zijn gedwongen door maatschappelijke organisaties die geloven dat Open Overheid innovatie, de economie, de journalistiek en zelfredzaamheid van burgers stimuleert. De overheden doen hun best om de informatie zoveel mogelijk te standaardiseren zodat gegevens binnen en tussen databanken makkelijk te vergelijken en hergebruiken zijn. En dat levert nu al mooie resultaten op.
Een rondgang bij jaloerse Nederlandse websitemakers levert talloze voorbeelden op van toepassingen die buitenlandse burgers en stichtingen hebben kunnen maken met behulp van overheidsdata. Bij WhereDoesMyMoneyGo.org kunnen Britten in één oogopslag zien hoe hun regering hun belastinggeld uitgeeft. Sites voor Londen en Washington DC laten fietsers een veilige route kiezen op basis van ongeluk- en criminaliteitsdata. En Findtoilet.dk is een kaart van alle openbare toiletten in Denemarken, gemaakt voor en door mensen met blaasproblemen, die eerder eigenlijk niet de stad in durfden omdat ze niet wisten waar ze met hoge nood terecht konden.
Daarnaast zijn de gegevens een goudmijn voor journalisten. Zo zijn bijvoorbeeld Europese landbouwsubsidies doorzoekbaar gemaakt. Daardoor werd opeens duidelijk dat luchtvaartcateraar Skychefs en Nestle ook ontvangers waren. Ze kunnen speciale sites aanbieden waar ziekenhuizen, universiteiten of stemgedrag van Tweede Kamerfracties met elkaar vergeleken kunnen worden. Of waar recent verkochte huizen op een Google Map weergeven kunnen worden, gecombineerd met misdaadcijfers en andere gegevens.
Balkenende had acht jaar lang de mond vol over Nederland als innovatieland, maar ondertussen is de bestuurderscultuur juist geslotener geworden. Vragen om ruwe gegevens en het vrijelijk hergebruiken ervan wordt vaak weggezet als ‘misbruik’ van de Wet openbaarheid van bestuur, in plaats van een recht van de burger. Ruwe, gestructureerde data is een cruciale grondstof van de kenniseconomie, en we zitten in Nederland met z’n allen op een enorm onbenut reservoir aan gegevens waar we met als belastingbetalers al voor betaald hebben. Actief beschikbaar stellen van overheidsdata kan onder andere de kenniseconomie van Nederland een miljardenimpuls geven, burgers zelfredzamer maken, de overheid efficiënter maken en de journalistiek helpen. Desondanks hebben maatschappelijke organisaties de Nederlandse politiek niet genoeg onder druk gezet, waardoor ze Open Overheid nog kan negeren.
Maatschappelijke organisaties als de Consumentenbond, de ANWB, Rover, de Vereniging voor Nederlandse Journalisten en MKB Nederland zouden Open Overheid moeten eisen voor hun achterban. In de Verenigde Staten, Groot Brittannië en elders worden op dit moment wedstrijden uitgeschreven als “Wie verzint het beste bezuiningsplan?”, “Wie maakt de beste reisplanner voor het openbaar vervoer?” en “Wie maakt het openbaar handelsregister het best toegankelijk?”. De benodigde gegevens zijn voor iedereen openbaar. De Consumentenbond zou moeten eisen dat haar achterban zelf kan kiezen waar ze haar OV-reis plant (dat kan nu alleen met het achterhaalde fossiel dat 9292ov.nl heet) en MKB Nederland zou moeten eisen dat haar achterban ook na 00:00 ‘s nachts in het online handelsregister van de Kamer van Koophandel kan (die gaat nu daadwerkelijk om middernacht dicht). Om maar twee tergende voorbeelden te noemen. Als maatschappelijke organisaties openheid eisen, komt de boel in beweging. Dat is in het buitenland aangetoond.
Er moet zo snel mogelijk een centrale plek komen (data.overheid.nl bijvoorbeeld) waar alle overheden hun openbare databanken online kunnen aanleveren, en waar programmeurs kunnen zien welke gegevens openbaar gemaakt zijn. Overheden moeten alle data direct aanbieden, het zo goed mogelijk structureren en vrijelijk hergebruik mogelijk maken. Ambtenaren moeten niet gaan nadenken over doelgroepen en mogelijke toepassingen want echte innovatie komt altijd uit onverwachte hoek. Alle data moet online zodat ontwikkelaars en creatieve mensen er zelf mee aan de slag kunnen. Zij veranderen kale, ambtelijke data in rijke, zinvolle informatie.
Als deze faciliteiten er zijn is er al een flinke slag geleverd. Vervolgens is het zaak dat er een helder overheidsstandpunt komt met betrekking tot openbaarheid van gegevens. Nu zijn we afhankelijk van de grillen van individuele ambtenaren. Op dit moment zijn het Ministerie van OC&W en de gemeentes Rotterdam en Delft aardig bezig, maar er zijn nog genoeg overheden bezig burgers zo ver mogelijk bij echte inhoud weg te houden en waar het maar kan informatie te maskeren. In veel gevallen krijgen bedenkers van zinvolle projecten te maken met juridisch gehakketak over gegevens die eigenlijk van ons allemaal zijn.
Ruwe, gestructureerde data is het begin. De ware uitdaging ligt bij websitemakers, journalisten, stichtingen en enthousiastelingen. Ik kan niet wachten tot zij toepassingen voor de data kunnen verzinnen die burgers zelfredzamer maken, de economie stimuleren en journalisten in staat stellen haar rol als waakhond te kunnen spelen.
Aan dit artikel hebben vele Twitteraars meegewerkt, met extra dank aan Alper Çuğun, Annemarie van Campen, Brenno de Winter, Edial Dekker, Reinder Rustema en Ton Zijlstra.
Bouwjaar: 1987
